02-06-2014, 16:44
-.-
O p 'n goeie dag begin zeventiger jaren van de vorige eeuw wandelde Van
Bergen het lokaal binnen. Hij stond een tijd te kijken met grote verbaasde
ogen en zei niets. Een vreemde soort van halve glimlach speelde om zijn
mond.

Na enige tijd werd hij opgemerkt. Omdat hij stilstond.

"Wat is dat nu weer, wat moet die", dachten De Klerk, Hammes, Verheesen,
Van Cann en ik.

Nadat Van Bergen een kwartier roerloos stil had gestaan, liep De Klerk
haastig naar hem toe, onhandig over zijn eigen haar strijkend en zei verstrooid:
"och ja. Dat was ik vergeten. We hebben 'n nieuwe kracht, gisteravond in
het café geworven. Ga daar maar zitten. Er staat een telefoon en ook een
typemachine," wees hij naar 'n leeg bureau.

Wij, de anderen werkten razendsnel door. Hoorden niets, zagen niets. Het
interesseerde ons niet. "Een pagina is 1400 millimeter, we maken drie
pagina's en ook de foto's, een eenkolommertje is 80 millimeter," voegde De
Klerk nog gauw aan Van Bergen toe. "Alles moet om vijf uur klaar want dan
gaat de treinbrief." Meer had hij niet te zeggen.

Van Bergen ging verbijsterd zitten.
Na enige dagen begon hij te werken.
Hij was vijftien jaar jonger dan wij allemaal. Hij bleek over
wonderbaarlijk onblusbare krachten te beschikken.
Dat hadden we toen nog niet zo in de gaten.

Om hem, onszelf en alle anderen uit te dagen werkten we de jaren daarna af
en toe, niet 24, niet 48 maar 56 uur in een week achter elkaar
ononderbroken door. Dat heb je, wanneer je een kranteneditie opstart vanuit
het niets, van het Limburgs Dagblad, in onbekend exploitatiegebied. De stad en regio
Roermond, het gewest, de steden Echt, Venlo en Weert.

Naar bed gingen we niet.

Van Bergen werd net zoals wij allemaal hadden doorstaan, door "de mangel
des levens" opgenomen en razendsnel rondgeslingerd in het vak. Hij was ineens volwassen.

Hij zegt er tegenwoordig weinig over en dat is hem ook geraden. Een flauwe,
eigenaardige, mysterieuze glimlach speelt wel altijd om zijn mond. Hij
kijkt naar de grond. Dat moet veel betekenen.

De meeste van onze directe collega's, bijna alle, zijn in die tijd daarna
in de leeftijd van veertig jaar overleden. Andere collega's liepen van de
redactie Roermond weg. De wijde wereld in. We zagen ze nooit meer terug.

Veertienhonderd millimeter

Van Bergen en ik bleven als enigen over om de editie Roermond van het
Limburgs Dagblad iedere dag te maken. Drie pagina's van 1400 millimeter per
stuk. Een eenkolommertje is 80 millimeter. De rechtbank kost de hele dag.
De gemeenteraden kosten de hele avond. Vrije weekenden en vakanties waren
er niet.
Geen auto van de zaak.

"Je bent 24 uur per dag bij mij in dienst" zei de hoofdredacteur.
Het nieuws vraagt niet, of je toevallig ligt te slapen.

Funkytown

Van Bergen en ik gingen in die tijd vóórdat Roosjen Hansen en Hamans kwamen
af en toe naar de "Manhattan" in Leuven. De grootste discotheek ter wereld.
Op dat moment. Om er heel even uit te zijn. Er waren 24 podia. Na afloop
wilde Van Bergen aan het stalletje altijd een hamburger zonder hamburger.
Om een half uur met de verkoopster te kunnen discussiëren. Ik stond er
geduldig bij te wachten.

Na enkele jaren 'hell of a job'
besloot Van Bergen iets anders te gaan doen. Hij werd
dieren - oppasser in het dierenparkje van Born.
Daar zocht ik hem op. We zeiden niet veel. We waren nog in leven.
Dat was alles.
Ik vertrok naar het technisch bedrijf.
Als we dat niet hadden gedaan, waren we kapotgegaan.

Enige jaren later hield de zelfstandige editie van het Limburgs Dagblad in Roermond
op te bestaan. De krant bestaat nu niet meer.
De artikelen van Van Bergen liggen in het museum.
Hij ging werken voor de concurrent.
Na een loopbaan in de techniek, ging ik met vervroegd verlof. De krant werd opgeheven.

Nadat hij journalist en dieren - oppasser was geweest, werd Van Bergen
schrijver en stadsdichter van Roermond.
Aan het meest riskante deel van zijn leven kwam 'n eind.
Hij leverde en levert een verbijsterend mooi groot aantal
magnifieke journalistieke producties tot nu toe. En ook straks nog, en
morgen en ook overmorgen.

Voor de jeugd, en met de stem en de taal van de mensheid van nu.
Van Bergen gaat en ging zijn grote voorbeeld, Pierre Huyskens, achterna.
Maar dan vanuit de underdog. Zonder gebral en klatergoud.
De enige fijnzinnige formule om er levend vanaf te
komen. Zelfs nog in leven te zijn en te kunnen blijven tot op de dag van
vandaag. Voor 'n oud-journalist, schrijver, stadsdichter en dieren -
temmer is dat de ultieme bekroning en het genoegen van zijn werk.


Het lachje

Van Bergen beschikte en beschikt over een fenomenaal onbegrijpelijk
voordeel. Zijn moeder heeft mij daarop geattendeerd, veertig jaar geleden,
zonder dat Van Bergen dat merkte en in het diepste geheim. Ook toen Van
Bergen gelukkig getrouwd was met Moniek. Hij woonde in Panheel en ik in
Thorn.

Van Bergen heeft het vermogen om iedereen ogenblikkelijk aan zich te
binden. Met dat flauwe halve grijnslachje. Niemand weet wat het betekent.
Hij heeft het altijd. Dat speelt rond de hoeken van zijn mond, zijn ogen en
zijn neus. Hij kijkt helemaal nooit anders. Zelfs als hij slaapt.

Alle vrouwen van de hele wereld komen op hem af.
Het is werkelijk, met collega's, getuigen, te zien dat vrouwen, waar ook
vandaan, en hoe ook gekomen, achter hem aan lopen. Waar en wanneer en met
wat hij zich ook maar ergens, ter wereld, bevindt.

Met gestrekte armpjes. Dichte oogjes. Snelle lichte pas en heel erg hard
hoorbare verliefdheidsharteklopjes. Die niet meer te stuiten en te remmen
zijn.

Vrouwen smelten als bijenwas voor Van Bergen. Vallen dood in bezwijming van
aanbidding voor hem neer. Hij hoeft ze maar op te rapen.
Een verschijnsel dat nooit vertoond is, en nergens in de wereld.

Alleen maar een héél erg minimaal klein aantal andere collega's in het land
beschikt over diezelfde magnifieke majesteitelijke eigenschap.
Iedere vrouw bezwijkt voor Van Bergen. Iedere vrouw ter wereld wil hem
hebben. Opeten, verslinden verteren verscheuren en oplappen. En daarna weer eindeloos
hetzelfde. Liefst zo wild ruig en dierlijk-ontembaar, als maar kan. Met veel
bloed, en onuitsprekelijk veel genot. Tot de dood erop volgt. Desnoods. Als
het niet anders kan.

We hebben geprobeerd, vrouwen voor hem tegen te houden.
Het is niet gelukt.

Van Bergen zag en ziet het allemaal met genoegen aan.
Het hoofd een beetje scheef.
Hij zegt niet veel. Heeft alleen dat flauwe glimlachje.
Wandelt rustig door. Onverstoorbaar op zijn levenspad.
Door niets en niemand tegen te houden.

Hem kan niets gebeuren.
Zoals zijn moeder al, in haar bezorgdheid,
lang geleden zei.

Ik wens je veel succes, Hans.
Het zal wel lukken.
Als vanouds.

-.-

Previous Home Next

_________________________________________
Klik op de ikoontjes hierboven of op de bovenkop of de foto, voor de site-voorpag. --
Twitter: --- Facebook: -- Mail: --
blog@juzonieuws.nl