maandag 15 juni 2015, 11:17:22
.
"Sjeng!!"
Iedere dag om vier uur maakte Wiel de grote ramen van het kantoor open,
zette zijn handen aan zijn mond als een luidspreker en knalde, als een
zweepslag, het toverwoord over het Roermondse Stationsplen. Hij stond als
een standbeeld. Iedereen stond stil. De treinen en de auto's ook. Niets
bewoog.

Na een paar seconden maakte zich op het terras aan de overkant van de
Veldstraat een eenvoudige maar stevige figuur los, keek een paar seconden
naar boven en verdween zorgelijk naar binnen. Wiel stak zwijgend vier
vingers in de lucht.

De eenvoudige figuur met de nederige blik, de ogen naar beneden gericht,
kwam enkele tellen later met dienstvaardige stappen en het dienblad de trap
op, zette zwijgend vier tot in meest maximale kwaliteitspuntjes getapte glazen Amstelbier
voor ons neer en verdween. Zwijgend. Langzame tred. Nederig en dienstvaardig.

De dagelijkse beklemmende houdgreep van de voortgang in het bestaan
verdween op slag en de vier mannen glimlachten 'gelúkkig'! Plotseling Snel en zomaar ineens.
Ontspannen en bevrijd. Ze zeiden niets. Jan, Hay, Bert en Wiel dronken het
glas bedachtzaam, voluit genietend, ogen dicht, in één teug leeg. De glazen met het
gouden randje werden met een klap op het dienblad teruggezet. Het werk ging
onmiddellijk door. De eenvoudige figuur van "De Tramhalte" in zijn wit
overhemd, zwarte broek, meervoudig Limburgs kampioen biertapwedstrijden,
kwam ze even later zorgzaam ophalen. Zwijgend. Nederig naar de grond
kijkend en met langzame gedragen pas. Er werd geen woord gezegd. Het was
het stereotiep van de dagelijkse levens-ader.

Het was het enige glas, dat in werktijd werd genuttigd. Het dagelijks werk,
dat om 8 uur was begonnen, ook in de vakanties, ook in de weekends, werd in
het hoogste tempo tot 00:00 uur voortgezet. Daarna ging een deel van de
werkgemeenschap naar Henk Beppie en Jan van Nationaal. Wiel naar Sjeng
Claessen van De Tramhalte. Enkelen gingen om 2 uur naar De Orchidee / De
Trompetter van Paul Poell aan de Swalmerstraat
om daar "in te steken". Moeder Poell kwam iedere
nacht om 3 uur met een groot dienblad vol kommen tomatensoep met balletjes.
Veel van de ontelbare anekdotes die we meemaakten blijven onbesproken en
worden meegenomen in het graf. Zoals dat hoort, bij werkers met Wiel, in
het aanvalsgebied.

Het was krant maken in oorlogstijd. Door rasechte frontsoldaten van begin
zeventiger jaren in de vorige eeuw. Er zijn er met Wiel nog maar drie van
in leven. Destijds in een editie waarvan er ter plaatse geen bestond. Wiel
werd naar Roermond gejaagd om de zaak daar op te krikken. Waar niermand ooit van
de krant had gehoord. De baas van de concurrentie stond iedere dag op tafel
om zijn discipelen de mantel uit te vegen. Primeurs van ons die zij hadden
gemist.

Afgelopen zondag heeft Wiel Verheesen zijn wekelijkse kolom in het huis aan
huisblad, die hiernaast staat afgedrukt, afgesloten. Hij heeft de pen
neergelegd.

Wiel Verheesen schreef niet alleen de laatste jaren 500 columns voor de
huis aan huis.
Hij schreef gedurende vijftig jaar beroepsuitoefening voor het dagblad vier
hoofdartikelen per dag. Een krantenpagina bestaat uit 1400 millimeter
tekst.
Een eenkolommertje is 80 millimeter. Wiel schreef dus 50x360x1400mm tekst.
Dat is dus tweehonderd miljoen millimeter tekst in zijn hele leven tot op
de dag van vandaag.
Onberispelijk. Van de hoogste kwaliteit. De standaard.
En van de hoogste lezers-intensiteit.

Het schrijvers-einde is altijd voor een journalist, die meer dan vijftig
jaar "op de vloer" heeft gestaan, een dramatisch moment. Wiel zal nog wel
blijven schrijven. Niet meer voor de krant. Het dagblad waarvoor hij
schreef bestaat al lang niet meer. Hij is rond 80 jaar. Tot je 90e of 100e
kan je niet aan de gang blijven. Door blijven rennen in de wei als een wild
paard heeft geen zin. Wiel blijft zoals altijd, in opperbeste gezondheid,
met sterke stevige voeten vanuit de sterke stevige Hertense maasklei
geklemd in de harde werkelijkheid. Van het beroep.

Iedere dag wandelt Wiel door zijn stad. Leest zijn krantje achter het raam
in het caf‚ tegenover het station. Is zondagsmorgens bij "Nao de Mès",
temidden van vrienden, collega's, bewoneraars, levensgenieters. Zijn kort
gesprek op straat is kernachtig. Een groet, hartelijke glimlach en een
kwinkslag die er in kameraadschap diep inhakt. Frontsoldaten vergeten nooit
wat ze in de oorlog van krantmaken hebben meegemaakt. Wat ze in het toppunt
van hun macht en majesteit hebben verricht. En wat anderen hun hebben
aangedaan.

De grote unieke professioneel-perfecte kracht van Wiel Verheesen was en is,
blijft altijd, dat hij nooit over zichzelf schrijft. Hij schrijft nooit in
de ik-vorm. Hij heeft het nooit over "een verhaal". Altijd over een
"artikel" als hij het zelf schrijft. Wiel is de absoluut laatste der
Mohikanen, waar het de bewaking en uitvoering van de journalistieke
standaard betreft.

Verheesen was en is veelschrijver. Zonder ook maar érgens één enkele fout
te maken. Tegen de Nederlandse taal nooit, niet tegen de binding met de
klant, de lezer en met de harde pakkendheid van het onderwerp. Hij
verloochent noch passeert nooit "de man in de straat", waarvoor hij
schrijft. En iedere Jan Piet en Klaas, zoals er zo ontelbaar veel zijn,
waarover hij schrijft. Nietige stervelingen met een macaber gezicht, een
halfwas onooglijk uiterlijk, twijfelachtige creatuur, die hij verheft tot
de Koningen der Aarde. Sterker nog: tot God zelf.

Wiel schrijft dood en bitter nuchter, neutraal tot op het bot. Hij
overdrijft nooit, en is nooit bombastisch. In tegenstelling tot al zijn
collega's in de sportjournalistiek schrijft Wiel eenvoudig hard en
kernachtig zoals het is. En zo heerlijk, prachtig mooi fantastisch en
super-rijk, als het allemaal ook meebeleefd moet worden. Dat is zijn grote
kracht.

Verheesen koos eind zestiger jaren van de vorige eeuw bij de Maas en
Roerbode de sportjournalistiek, omdat dat de enige drijfveer, de enige
drijfriem, inspiratie en begeestering is in het doen en laten van alle
mensen.
Hij wilde nooit chefredacteur worden, geen hoofdredacteur, geen directeur,
geen uitgever, geen manager, trainer of investeerder, hij wilde en bleef
met twee benen op de grond.

Wiel neemt de nietige mens zoals hij is. En verheft hem voor ieder tot het
ideaalbeeld. Dat is de kunst. Het "omhoogschrijven" van het niets. En van
"het niemand". De zwaarste verantwoordelijkheid, en het vakmanschap.
Op sportjournalistiek werd aanvankelijk vele tientallen, honderden jaren
neergekeken. Er was en is, bleef, enorm veel tegenwerking, jaloezie,
afgunst haat en nijd, onder sport- en andere journalisten. Tegwenwoordig is
de sportjournalistiek en berichten de allerbelangruijkste zakelijke
component van alle media, die er is. Men loopt alleen nog warm voor de
sport. Al het andere heeft niet alleen afgedaan, wordt weggesmeten in grote
kwaadheid van de lezer. Roept weerstand op. En ergernis. De overige
journalistiek ligt op z'n gat. Over deze totale teloorgang heeft De
Volkskrant week na week grote pagina's in zelfkastijding volgeschreven.

______________________________________________________

.

Het is te hopen dat Wiel Verheesen een eigen blog maakt. Waarin we hem vaak
tegenkomen.

Voor alle nimmer genoeg te prijzen voortrekkerswerk dat je hebt gedaan,
zeggen we als lezers ook: bedankt, Wiel.

Behoud, je goede gezondheid, je
fantastische humor en goeie humeur!

Leef nog lang en met Plezier!!!

.

________________________________________

Previous Home Next

Klik op de ikoontjes hierboven of op de bovenkop of de foto, voor de site-voorpag.

-- Twitter: --- Facebook:

Reacties: Mail:

blog@juzonieuws.nl